Je zit in een saaie vergadering en trommelt met je vingers op tafel. Je kind wiebelt op zijn stoel terwijl het naar de juf luistert. Een klasgenoot fladert even met zijn handen als er iets leuks wordt aangekondigd. Dit zijn allemaal voorbeelden van stimming — zelfstimulerend gedrag.

Stimming is niet iets raars of iets dat gestopt moet worden. Het is een manier van het zenuwstelsel om zichzelf te helpen.

Wat betekent stimming?

De term komt van het Engelse "self-stimulating behaviour". Het zijn repetitieve bewegingen, geluiden of handelingen die het zenuwstelsel helpen bij het reguleren van prikkels. Stimming kan kalmeren bij te veel input, of activeren bij te weinig.

Iedereen stimmt. Trommelen met je vingers, friemelen met een pen, een slok water nemen als je zenuwachtig bent, je haar aanraken terwijl je nadenkt — het zijn allemaal vormen van stimming. Het verschil bij mensen met autisme of prikkelverwerking die anders loopt, is dat de stimming intensiever, frequenter of opvallender is.

Voorbeelden van stims

Stims kunnen heel verschillend zijn per persoon:

  • Wiebelen op een stoel of van voor naar achter
  • Handen fladderen of klappen
  • Op een plek op en neer springen
  • Zinnen of woorden herhalen (echolalie)
  • Geluidjes maken, neuriën, tonen herhalen
  • Kauwen, bijten of sabbelen op objecten
  • Friemelen met een object
  • Naar bepaalde patronen kijken of licht bekijken

Sommige stims zijn nauwelijks zichtbaar. Andere zijn opvallend. Ze zijn allemaal functioneel voor de persoon die ze doet — al begrijpen omstanders dat soms niet.

Waarom stimmt iemand?

Het zenuwstelsel heeft een optimaal activatieniveau nodig om goed te functioneren — niet te laag, niet te hoog. Psychologen Yerkes en Dodson beschreven dit al in 1908. Bij mensen met een prikkelverwerking die anders loopt, is het moeilijker om vanzelf in dat optimum te blijven. Stimming is een manier om daarvoor te compenseren.

Bij overprikkeling geeft een ritmische stim het zenuwstelsel een voorspelbaar, intern signaal dat het helpt kalmeren. Bij onderprikkeling — wanneer het brein te weinig input heeft en begint weg te drijven — geeft stimming extra activering zodat de aandacht terugkeert.

Ergotherapeut Jean Ayres noemde dit sensorische integratie: het vermogen van het brein om prikkels te ordenen tot zinvol gedrag (Ayres, 1972). Stimming is een manier om dat process te ondersteunen.

Wanneer is stimming een probleem?

Stimming is een probleem als het schadelijk is — voor de persoon zelf of voor anderen. Bijten op de huid totdat het bloedt, hard met het hoofd bonken, zichzelf krabben: dat zijn vormen van stimming die aandacht vragen en waarvoor alternatieven gezocht moeten worden.

Stimming die niemand pijn doet — wiebelen op een stoel, friemelen met iets — is functioneel. Het onderdrukken ervan kost het kind energie die dan niet naar leren of omgaan met anderen gaat. Dat is waarom ergotherapeuten in het algemeen adviseren om stims niet te stoppen, maar te sturen naar vormen die minder hinderlijk zijn.

Orale stimming

Orale stimming is stimming via de mond. Kauwen, bijten, sabbelen, likken — het zenuwstelsel zoekt input via het mondgebied. Dat is waarom sommige kinderen op alles kauwen wat ze pakken kunnen: nagels, mouwen, pennen, haren, touwtjes, schriften.

Orale stimming is een van de meest voorkomende vormen van stimming bij kinderen. De mond is heel gevoelig voor aanraking en geeft bij kauwen ook proprioceptieve input via de kaakspieren — diepe, ritmische druk die direct het zenuwstelsel beïnvloedt.

Een kauwketting als veilige stim

Een kauwketting is een object dat speciaal ontworpen is voor orale stimming. Het is gemaakt van food-grade siliconen — duurzaam, BPA-vrij, hygiënisch schoon te maken. In plaats van op nagels of kleding te kauwen, kauwt het kind op de kauwketting. De zintuiglijke input is vergelijkbaar, maar de kauwketting raakt niet beschadigd, bevat geen bacteriën van onder de nagels en beschadigt tanden minder.

Voor kinderen die sterk oraal stimmen, is een kauwketting geen vervanging van de stim — het is een verbetering van het object waarop gestimmd wordt. Het zenuwstelsel krijgt hetzelfde, maar dan op iets wat er voor bedoeld is.

Gebruikte literatuur

  1. Ayres, A.J. (1972). Sensory Integration and Learning Disorders. Western Psychological Services.
  2. Yerkes, R.M., & Dodson, J.D. (1908). The relation of strength of stimulus to rapidity of habit-formation. Journal of Comparative Neurology and Psychology, 18, 459–482.

Veelgestelde vragen

Stimming staat voor self-stimulating behaviour — zelfstimulerend gedrag. Het zijn repetitieve bewegingen, geluiden of handelingen die het zenuwstelsel helpen bij het reguleren van prikkels. Voorbeelden zijn wiebelen, handen fladderen, kauwen, woorden herhalen of op en neer springen.

Nee. Stimming komt bij iedereen voor — trommelen met de vingers, friemelen met een pen, op de lip bijten bij concentratie. Bij autistische mensen is stimming vaak intensiever en frequenter, maar het mechanisme is universeel.

Stimming helpt het zenuwstelsel te reguleren. Het kan kalmeren bij overprikkeling of activeren bij onderprikkeling. Het geeft ook een ritmisch, voorspelbaar signaal in een omgeving die onvoorspelbaar aanvoelt.

Alleen als de stim schadelijk is — zoals bijten op de huid of hoofdbonken. Stimming die niemand pijn doet en het kind helpt zichzelf te reguleren, is functioneel. Het onderdrukken ervan kost energie en helpt niet de onderliggende behoefte aan.

Orale stimming is stimming waarbij de mond betrokken is — kauwen, bijten, sabbelen, likken. Kinderen en volwassenen met orale stimming kauwen vaak op nagels, mouwen, pennen of andere objecten. Een kauwketting is een veilig alternatief voor orale stimming.

Ja, een kauwketting kan als stim worden ingezet — als veilig object voor orale stimming. In plaats van op nagels of kleding te kauwen, kauwt het kind op de kauwketting. De zintuiglijke input is vergelijkbaar, maar de kauwketting is hiervoor bedoeld en beschadigt niet.