Je brein verwerkt de hele dag door informatie. Dat zijn niet alleen de vijf bekende zintuigen — zien, horen, ruiken, proeven en aanraking. Er zijn er minstens zeven.

Meer dan vijf zintuigen

Het brein verwerkt ook het evenwichtsgevoel (vestibulair — je binnenoor, dat registreert hoe je hoofd beweegt) en lichaamspositie (proprioceptie — sensoren in spieren en gewrichten die vertellen waar je ledematen zijn, ook zonder te kijken). En dan is er nog kauwen en bijten: dat geeft het brein via de kaakspieren diepe, ritmische input die het zenuwstelsel direct beïnvloedt.

Bij de meeste mensen verloopt de verwerking van al die prikkels automatisch en op de achtergrond. Bij sommige mensen — kinderen én volwassenen — loopt dat anders. Niet kapot, maar anders gekalibreerd. Ze registreren prikkels sterker of juist zwakker dan anderen.

Sensorische integratie

De ergotherapeut Jean Ayres noemde dit sensorische integratie: het vermogen van het brein om al die prikkels te ordenen tot zinvol gedrag (Ayres, 1972, Sensory Integration and Learning Disorders). Als dat niet soepel verloopt, kost de dagelijkse wereld meer energie dan voor anderen. Een drukke supermarkt, een lawaaierig klaslokaal, ruwe kleding — voor sommige kinderen is dat gewoon zoveel meer dan voor hun klasgenoot naast hen.

Kauwen spreekt twee extra zintuigen tegelijk aan: proprioceptie via de kaakspieren én aanraking in de mond. Dat maakt het een bijzonder directe en kalmerende input. Het is geen wonder dat mensen bij spanning instinctief op iets gaan kauwen — het zenuwstelsel zoekt die input zelf op.

Waarom kauwen zo direct werkt

Kauwen geeft diepe, ritmische druk via de kaakspieren — één van de sterkste spiergroepen in het lichaam. Ergotherapeuten noemen dit wel "heavy work via de mond": net zoals stevig sjouwen of duwen het zenuwstelsel organiseert via grote spiergroepen, doet kauwen dat via de kaak. Die input is voor het brein een anker. Als je te actief bent, helpt het je omlaag. Als je te slaperig of afwezig bent, helpt het je terug naar alertheid.

Een bijtketting spreekt daarmee een zintuigkanaal aan dat door andere hulpmiddelen niet bereikt wordt. Een wiebelkussen geeft vestibulaire input via beweging en balans. Een stressbal geeft tactiele input via de handen. Kauwen geeft orale proprioceptie — een direct signaal aan de hersenstam dat het zenuwstelsel helpt reguleren. Voor een kind dat al kauwt op alles wat het kan pakken, is een bijtketting geen kunstgreep — het is een veilig alternatief voor wat het lichaam al zoekt.

Meer over overprikkeling en onderprikkeling: lees de uitleg over over- en onderprikkeling.

Gebruikte literatuur

  1. Ayres, A.J. (1972). Sensory Integration and Learning Disorders. Western Psychological Services.
  2. Yerkes, R.M., & Dodson, J.D. (1908). The relation of strength of stimulus to rapidity of habit-formation. Journal of Comparative Neurology and Psychology, 18, 459–482.