Iedereen herkent het nagelbijten bij spanning, of het kauwen op een pen als iemand diep nadenkt. Dat is geen toeval. Kauwen blijkt veel meer functies te hebben dan alleen het verwerken van eten.
Onderzoek toont aan dat kauwen de concentratie verhoogt, helpt bij het verwerken van prikkels en goed is voor hersenactiviteit. Vrijwel iedereen heeft baat bij meer kauwen — maar voor sommige mensen is die behoefte groter dan voor anderen.
Kauwen is goed voor het brein
Dat goed kauwen beter is voor je spijsvertering, is algemeen bekend. Maar ook de kauwactiviteit zelf verhoogt de gezondheid. Onderzoek toont aan dat goed kauwen bijdraagt aan een beter geheugen en verhoogde concentratie — of formeler: kauwen verbetert de cognitieve functies.
Kauwen heeft een directe verbinding met je brein. Elke kauwbeweging stuurt signalen vanuit de kaakspieren en het kaakgewricht naar de hersenstam — via een van de grootste zenuwen in het hoofd. Die signalen helpen het brein wakker en alert te blijven. Een meta-analyse van 21 studies vond een klein maar statistisch significant positief effect van kauwen op volgehouden aandacht (Miquel et al., 2019, Neuroscience & Biobehavioral Reviews). Een ander groot overzicht analyseerde 22 studies en vond dat 64% een positief effect op aandacht rapporteerde (Hirano & Onozuka, 2015, BioMed Research International).
Het is eerlijk om te zeggen: kauwen werkt niet voor iedereen op dezelfde manier. Een Nederlandse onderzoeksinstelling (Kennisrotonde, 2023) concludeerde dat kauwen niet in elk geval tot betere leerprestaties leidt. Het lijkt het beste te werken bij routinematige taken en aan het einde van een lange concentratiesessie — op het moment dat de aandacht begint weg te glijden. Dat is precies de situatie waarvoor je een bijtketting inzet.
Kauwen doet iets met spanning
Je lichaam maakt bij stress het stresshormoon cortisol aan. Onderzoek laat zien dat kauwen de aanmaak van cortisol kan verlagen en het deel van de hersenen dat stressreacties aanstuurt minder actief maakt (Hirano et al., 2015, Archives of Oral Biology). Het is geen toeval dat mensen bij spanning instinctief op hun nagels bijten of op een pen kauwen: het lichaam zoekt die kauwactiviteit zelf op. Een bijtketting biedt datzelfde, op een veilige manier.
Er is ook onderzoek naar het effect op spanning tijdens stressvolle periodes. In een gerandomiseerde studie kauwden studenten dagelijks op kauwgom tijdens een stressvolle examenperiode. Na zeven dagen rapporteerden zij significant minder stress en angst dan de groep die niet kauwde (Yaman-Sözbir et al., 2019, Nurse Education Today). Degenen die negentien dagen doorgingen, scoorden ook hoger op hun examens.
De vaguszenuw: rem op het stresssysteem
Dat mechanisme heeft alles te maken met de vaguszenuw — een lange zenuw die de hersenstam verbindt met bijna alle organen in het lichaam. Ritmisch kauwen stimuleert die zenuw, en dat zet als het ware de rem op het stresssysteem. Je hartslag daalt iets, de ademhaling wordt rustiger. Dat is ook de reden dat mensen bij spanning instinctief gaan kauwen, friemelen of sabbelen: het lichaam probeert zichzelf op die manier te kalmeren.
Kauwen en prikkelverwerking
Veel kinderen en (jong)volwassenen gebruiken het kauwen om andere zintuiglijke prikkels — zoals geluiden of bewegingen — te dempen en zich meer te concentreren op waar ze mee bezig zijn. Dat geldt niet alleen voor mensen met autisme, ADHD of hooggevoeligheid — die allen gevoeliger zijn voor omgevingsprikkels — maar ook voor mensen die snel zijn afgeleid of onrustig zijn in drukke omgevingen.
Het helpt hen de "omgevingsprikkels" (bijvoorbeeld vanuit stress, spanning, geluiden) te dempen en daardoor beter te functioneren, zich beter te concentreren bij huiswerk en meer aandacht te hebben voor waar ze mee bezig zijn — van een spelletje spelen tot het aandachtiger luisteren naar de leraar.
Yerkes-Dodson: het optimale activatieniveau
Psychologen Yerkes en Dodson beschreven al in 1908 dat er een optimaal activatieniveau bestaat voor leren en functioneren — niet te laag, niet te hoog (Yerkes & Dodson, 1908, Journal of Comparative Neurology and Psychology). Kauwen helpt het zenuwstelsel in de richting van dat optimum te bewegen. In de praktijk zien ergotherapeuten dat kinderen hun kauwintensiteit onbewust aanpassen aan wat ze nodig hebben: steviger wanneer de prikkeldruk groter is, rustiger wanneer ze al gevonden hebben wat ze zochten.
Gebruikte literatuur
- Ayres, A.J. (1972). Sensory Integration and Learning Disorders. Western Psychological Services.
- Hirano, Y., & Onozuka, M. (2015). Chewing and attention: a positive effect on sustained attention. BioMed Research International, 367026.
- Hirano et al. (2015). Chewing reduces sympathetic nervous response to stress. Archives of Oral Biology, 60(10), 1–7.
- Kouwenberg, M. (2023). Draagt het kauwen van kauwgom bij aan betere leerprestaties? Kennisrotonde, NRO, KR.1755.
- Miquel et al. (2019). Chewing and sustained attention: a systematic review and meta-analysis. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 97, 191–203.
- Yaman-Sözbir et al. (2019). Effect of chewing gum on stress, anxiety, depression. Nurse Education Today, 79, 57–61.
- Yerkes, R.M., & Dodson, J.D. (1908). The relation of strength of stimulus to rapidity of habit-formation. Journal of Comparative Neurology and Psychology, 18, 459–482.