De juf zegt dat hij nooit stil kan zitten. Altijd met iets aan het draaien, rollen, knippen of tikken. De pen in zijn hand draait rond. Het hoekje van zijn schrift is kapotgevouwen. De rits van zijn etui gaat open en dicht. En allemaal zonder dat hij het door heeft.
Dat is friemelen. En het heeft een verklaring die niets te maken heeft met lastig zijn.
Waarom friemelen kinderen?
Friemelen geeft het zenuwstelsel tactiele en proprioceptieve input via de handen en vingers. Aanraking (de textuur van de pen, de stof van de rits), druk (het knijpen, buigen, rollen), beweging — dat zijn allemaal zintuigprikkels die via de handen binnenkomen en het brein helpen reguleren.
Dat regulerende effect werkt op dezelfde manier als kauwen: het geeft het zenuwstelsel een voorspelbaar, intern signaal dat helpt bij concentratie of kalmering. Het is geen bewuste strategie — het kind doet het gewoon, omdat het werkt.
Friemelen en concentratie
Er is onderzoek naar friemelen en concentratie, al zijn de resultaten niet eenduidig. Voor sommige kinderen helpt friemelen om alerter te blijven tijdens langere taken — het geeft het zenuwstelsel iets om op de achtergrond te doen, waardoor de aandacht bij de taak kan blijven. Voor andere kinderen trekt het juist aandacht weg, zeker als het friemelen actief is (een pen rondgooien, objecten manipuleren).
Stalvey en Brasell (2006) onderzochten het effect van stressballen bij zesde-klassers tijdens les. De aandacht nam toe — al waren de resultaten bescheiden. Van der Wurff en Meijs (2021) keken naar sensorische hulpmiddelen bij kinderen en vonden dat een kind dat het hulpmiddel op eigen initiatief pakt er meer aan heeft dan wanneer het van buitenaf wordt opgelegd.
Wanneer wordt friemelen een probleem?
Friemelen is een probleem als het anderen stoort of de les verstoort. Een pen die rondgedraaid wordt en op de grond valt. Een pennenkoker die omvalt. Tikken op de tafel. Dat zijn vormen van friemelen die hoorbaar of zichtbaar zijn voor de klas en die de leerkracht dwingen in te grijpen — waarmee de les voor iedereen onderbroken wordt.
Niet het friemelen zelf is het probleem, maar de zichtbaarheid en het geluid. Een stil friemeloptie geeft het kind dezelfde input zonder de klas te storen.
Friemelen versus kauwen — wat doet wat?
Friemelen via de handen en kauwen via de mond geven vergelijkbare maar niet identieke input:
| Friemelen | Kauwen |
|---|---|
| Tactiele input via handen en vingers | Tactiele input in de mond |
| Proprioceptieve input via vingergewrichten | Proprioceptieve input via kaakspieren (sterker) |
| Vraagt gebruik van de handen | Verloopt parallel aan andere activiteiten |
| Kan afleiden van taken die handen vereisen | Concurreert niet met schrijven of tekenen |
Kauwen heeft het voordeel dat het verloopt zonder de handen in te zetten. Een kind dat schrijft of tekent, kan tegelijk kauwen. Dat maakt een kauwketting soms geschikter dan een friemeloptie voor momenten in de les.
Kauwkettingen en friemelen
Naast het kauweffect lenen de meeste kauwkettingen zich ook goed om te friemelen. Veel kauwkettingen hebben sensorische noppenstructuren op de hanger — ribbelpatronen, bolletjes of andere texturen die ook fijn zijn om met de vingers over te wrijven. Het kind kan de ketting dan aftasten, rollen of vasthouden, ook wanneer het niet kauwt.
Dat maakt een kauwketting een dubbel hulpmiddel: orale input via kauwen én tactiele input voor de vingers via de noppenstructuur. Voor kinderen die zowel kauwbehoefte als friemelbehoefte hebben, is dat een praktische combinatie.
Gebruikte literatuur
- Stalvey, S., & Brasell, H. (2006). Using stress balls to focus the attention of sixth-grade learners. Journal of At-Risk Issues, 12(2), 7–16.
- Van der Wurff & Meijs (2021). Sensory processing tools in children: effects on attention and arithmetic. Journal of Experimental Child Psychology, 209, 105143.
Veelgestelde vragen
Friemelen geeft tactiele en proprioceptieve input via de handen en vingers. Het zenuwstelsel zoekt die input om te reguleren — bij concentratie, bij spanning of bij overprikkeling. Het kind friemelt niet om te storen, maar omdat het brein input nodig heeft.
Friemelen komt vaker voor bij kinderen met ADHD, maar is niet exclusief voor ADHD. Veel kinderen friemelen — met en zonder diagnose. Het is een zintuiglijke regulatiestrategie die iedereen in meerdere of mindere mate toepast.
Voor sommige kinderen wel. Friemelen geeft het zenuwstelsel iets te doen op de achtergrond, wat de alertheid op peil houdt. Maar friemelen met objecten (een pen ronddraaien, een stressbal knijpen) vraagt ook aandacht van de handen, wat bij complexe taken kan afleiden.
Als friemelen zichtbaar of hoorbaar is voor anderen — een pennenkoker omvergooien, tikken op de tafel, objecten laten vallen — kan het anderen afleiden. Dan is het verstandig een friemeloptie te zoeken die stil en klein is.
Ja. Naast het kauweffect lenen de meeste kauwkettingen zich ook goed om te friemelen — door diverse sensorische noppenstructuren op de hanger. Het kind kan de textuur van de ketting voelen en rollen tussen de vingers, ook wanneer het niet kauwt.
Nee, ze spreken verschillende zintuigkanalen aan. Friemeltools geven tactiele en proprioceptieve input via de handen. Een kauwketting geeft proprioceptieve input via de kaakspieren en tactiele input in de mond. Ze kunnen elkaar aanvullen, maar een kauwketting doet iets dat friemeltools niet bereiken.